CANTONSPARK - Baarn
Het Cantonspark is tussen 1905 en 1915 aangelegd als particuliere overtuin van de in de Villa Canton woonachtige oud planter August Janssen. In 1920 werd het park de botanische tuin van de Utrechtse Universiteit, ten dienste van onderzoek en onderwijs in de Plantkunde. In 1987 werd het park overgedragen aan de gemeente Baarn voor één gulden, onder voorwaarde dat de gemeente de bijzondere meerwaarde van het park zou beschermen en uitbouwen. Het park werd openbaar, maar met beperkingen, die te maken hadden met deze opzet. Begin negentiger jaren verschenen de Vrienden van het Cantonspark op het toneel, vanaf 1993 als Stichting met als doelstelling de bijzondere botanische waarde van het park te promoten, en het park samen met de gemeente Baarn te beheren en uit te bouwen. lees verder voor de historie >>
Het Cantonspark is gelegen aan de Faas Eliaslaan te Baarn. Voor een routebeschrijving klik hier
Boom van de maand april 2010
Betula pubescens, Zachte berk en nauwe verwanten
Nu de lente dit jaar met enige vertraging doorkomt lijkt het de moeite waard om een oude wijsheid van de beroemde natuuronderzoeker uit de eerste helft van de vorige eeuw, Dr. Jac. P. Thijsse weer eens te testen. Hij stelde namelijk, dat de agenda van bijna alles in de natuur de nodige jaarlijkse variatie vertoont, maar dat het uitlopen van de Berk steeds op de 15de april valt. Berken zijn familie van de boom van vorige maand, de Zwarte els, en te oordelen naar met name de bloeiwijzen, de katjes, zal dat nauwelijks verbazing wekken. Berken zijn overigens voor vrijwel iedereen als zodanig herkenbaar aan hun witte stammen, waarmee ze van alle andere inheemse bomen al op grote afstand zijn te onderscheiden. Door die fraaie stammen waren ze in vroeger eeuwen geliefd als laan- of vooral ook als straatbomen, want het minste natuurlijke licht vanuit de hemel was genoeg om ze te doen opvallen. Ik denk dan ook dat de zandweg waarop in lang vervlogen tijden het beroemde karretje reed, omzoomd was met berken die samen met de heldere maneschijn de uitvinding van straatverlichting eigenlijk overbodig maakten. 
De meeldraadkatjes van de berk zijn, net als die van de verwante Hazelaar en Els een soort bengelende rupsjes van enkele cm’s lang, en bestaan uit talrijke kleine bloempjes die in het vroege voorjaar ongelofelijk veel stuifmeel produceren. Mensen die daar allergische voor zijn kunnen het tijdens de bloei van de Berken dan ook moeilijk krijgen.
De vrouwelijke katjes zijn minder spectaculair maar staan rechtop en groeien na bevruchting uit tot kleine kegeltjes die bij de Berken bij rijpheid een grote hoeveelheid rondom gevleugelde zaden vormen, die gemakkelijk van de centrale spil loslaten en op de wind tot ver van de boom verspreid raken. Net als bij de genoemde verwanten zijn de zaadjes in het late najaar en winter heel aantrekkelijk voor een aantal kleine vogels. Zo hebben we verschillende jaren achter elkaar op de berken in het Cantonspark groepjes Sijsjes, maar ook wel eens de zeldzamere Barmsijsjes kunnen waarnemen, die, als ze op doortrek eenmaal een paar vruchtdragende berken gevonden hebben, de nodige tijd nemen om er de zaadjes van weg te pikken.
Er zijn in het Cantonspark een aantal berken en de meest algemene soort, de Zachte berk, Betula pubescens staat met twee fraaie exemplaren, iets ten ZO van de Wintertuin(nr. 48 in onze gids)
Vlak daarbij, richting Abel Tasmanlaan, staat overigens de andere inheemse soort, Betula pendula, de Ruwe berk en een speciale “treurvorm” van deze soort, de cultivar ‘Youngii‘ die nabij de noordelijke punt van de vijver staat. Door zijn bijzondere vorm, met rondom tot op de grond afhangende takken, wordt deze vorm ook wel de Prieelberk genoemd. Maar waarschijnlijk zal dit de laatste keer zijn dat wij daar aandacht aan kunnen schenken, want deze bijzondere bewoner van het park is vrijwel dood, en het zal zeer de vraag zijn of hij deze maand nog uit zal lopen.
We hebben nog enkele andere fraaie Berken-soorten in het Cantonspark, maar die komen een volgende keer weer aan de beurt.
Tot slot nog een andere bijzonderheid van de Zachte berken in het Cantonspark: op de wortels van deze bomen groeit het mycelium, een schimmelmantel, van misschien wel de meest populaire paddestoel, de Vliegenzwam (Amanita muscaria), in brede kring bekend als “rood met witte stippen”. Deze paddestoelen komen lang niet ieder jaar tot ontwikkeling: In het late najaar van 2008 stonden er op bepaald moment 4 exemplaren onder de twee bomen. Najaar 2009 hebben we ze niet gezien. Maar dat zegt niets over hun werkzame aanwezigheid onder de grond, en op de wortels van de Zachte berk.
Voor de bomen van de maand zie ons archief