CANTONSPARK - Baarn

Het Cantonspark is tussen 1905 en 1915 aangelegd als particuliere overtuin van de in de Villa Canton woonachtige oud planter August Janssen. In 1920 werd het park de botanische tuin van de Utrechtse Universiteit, ten dienste van onderzoek en onderwijs in de Plantkunde. In 1987 werd het park overgedragen aan de gemeente Baarn voor één gulden, onder voorwaarde dat de gemeente de bijzondere meerwaarde van het park zou beschermen en uitbouwen. Het park werd openbaar, maar met beperkingen, die te maken hadden met deze opzet. Begin negentiger jaren verschenen de Vrienden van het Cantonspark op het toneel, vanaf 1993 als Stichting met als doelstelling de bijzondere botanische waarde van het park te promoten, en het park samen met de gemeente Baarn te beheren en uit te bouwen. lees verder voor de historie >>

 

Het Cantonspark is gelegen aan de Faas Eliaslaan te Baarn. Voor een routebeschrijving klik hier

Boom van de maand

Fagus sylvatica ‘Asplenifolium’ – Varenbeuk

In het Cantonspark staan een aantal grote beuken en een aantal bijzondere vormen daarvan, zogenaamde cultivars. Één daarvan is een betrekkelijk jonge boom die schuin tegenover het Tennishuisje in het gazon staat. Voor een niet kenner zal het moeilijk zijn om in deze boom een beuk te herkennen, want hij heeft bladeren die ogenschijnlijk in niets op die van de oude vertrouwde beuk lijken. Deze bladeren zijn vanaf de rand zeer diep ingesneden en het tussenliggende bladweefsel is sterk gereduceerd. Sommige bladeren zijn daardoor bijna draadvormig doordat rond de hoofdnerf nog maar weinig blad is overgebleven. Doordat ook het blad tussen de zijnerven zulke sterke reducties laat zien heeft de totale vorm van het blad wel iets weg van bepaalde varentjes: vandaar de naam.
Het feit dat deze cultivar pas op latere leeftijd in bloei raakt en de voor iedereen herkenbare beukennootjes zal produceren, maakt het raadseltje extra moeilijk. Toch zijn er bij nader inzien het hele jaar door wel typische beukenkenmerken aan het boompje te ontdekken. In het bladerloze deel van het jaar zijn dat o.a. de typische langwerpige, puntige beukenknoppen. Later in het seizoen, zoals ook deze zomer, zitten er tussen de van het normale beukenblad afwijkende varenblaadjes ineens twijgen met volmaakte beukenbladeren. Dat is een verschijnsel dat bij afwijkende kweekvormen wel vaker voorkomt: Ineens zijn er takken die niet meer meedoen aan het afwijkende gedrag. Van zulke twijgen zegt men dan dat ze terugvallen in het oorspronkelijke stadium.
Deze afwijking is weliswaar vrij constant in het nakomelingschap, maar is als zodanig, in dit geval al vanaf 1811, ergens in Frankrijk, spontaan ontstaan uit zaden van de gewone beuk. Door tussen vele duizenden kiemplanten afwijkende vormen te ontdekken en verder te kweken komen afwijkende vormen als deze Varenbeuk in zwang. Wie er goed op let kan in het beukenbos in het voorjaar zelf afwijkingen selecteren, op kleur, vorm, vertakkingswijze etc.
De reden waarom we dit pas ongeveer 20 jaar oude boompje juist in deze septembermand op een voetstuk plaatsen is de volgende. Hebben wíj er misschien moeite mee om deze vreemde vogel als beuk te herkennen, een aantal insecten heeft dat niet. Zo zijn er enkele insectensoorten die zeer specifiek alleen op de beuk bepaalde typische galletjes vormen. Het Perengalletje is zo’n gal op beukenbladeren, algemeen voorkomend in park en bos, in en rondom Baarn.
 Welnu, dit beestje, Mikiola fagi, behorende tot de grote familie van de galmuggen, heeft ons Varenbeukje herkent als een echte beuk en er zijn eieren op achtergelaten, waarna het heel karakteristieke, ongeveer 1 cm hoge galletje ontstond op verschillende van de fragiele bladeren. Nu, in september is het optimaal ontwikkeld. Ook voor insiders een raar gezicht, maar wel een direct bewijs dat het hier wel degelijk om een echte beuk gaat, want zo’n soort-specifiek galmugje kan zich echt niet vergissen. Het is een bijzondere samenloop van omstandigheden, die maar op enkele plaatsen in ons land zal zijn waar te nemen.

Tenslotte nog dit: Wij hebben een tiental jaren geleden besloten om voor het Cantonspark eindelijk ook eens een Varenbeuk aan te schaffen. Als we bij rondleidingen stilstonden bij de zgn “Pulleboom”, een Tamme kastanje bij het rondeel, dan moesten we er altijd bij vertellen dat Prof. Pulle bij zijn afscheid eigenlijk niet deze boom gekozen en geplant heeft, maar een Varenbeuk. Deze boom was echter al binnen één jaar vrijwel dood en werd vervangen door een Tamme kastanje.

Voor de bomen van de maand zie ons archief